
91
Vóór gebruik
Basishandleiding
Handleiding voor gevorderden
1
Basishandelingen van
de camera
2
Modus Creatieve
opname
3
Auto-modus/Modus
Hybride automatisch
4
Andere opnamestanden
6
Afspeelmodus
7
Wi-Fi-functies
8
Menu Instellingen
9
Accessoires
10
Bijlage
Index
5
P-modus
● Tik op een netwerk (toegangspunt).
● Raak het tekstvak aan (in dit voorbeeld
in het aangeduide gebied) om het
toetsenbord te openen en voer
vervolgens het wachtwoord in (
=
29).
● Tik op [Volgende].
● Tik op [Auto].
● Om beelden op te slaan op een
verbonden computer, volgt u de
procedure bij “WPS-compatibele
toegangspunten gebruiken” (
=
89)
vanaf stap 8.
● Kijk op het toegangspunt zelf of in de gebruikershandleiding als u
het wachtwoord van het toegangspunt wilt vaststellen.
● Er kunnen maximaal 16 toegangspunten worden weergegeven.
Als er geen toegangspunten gevonden worden nadat u
[Vernieuwen] heeft geselecteerd in stap 2 om de lijst bij te
werken, selecteert u [Handmatige instellingen] in stap 2
om de instellingen voor de toegangspunten handmatig te
voltooien. Volg de instructies op het scherm en voer een SSID,
beveiligingsinstellingen en een wachtwoord in.
● Als u verbinding maakt met een ander apparaat via een
toegangspunt waarmee u al verbinding heeft, wordt [*]
weergegeven voor het wachtwoord in stap 3.
● Zodra u verbinding hebt gemaakt met apparaten via het Wi-
Fi-menu, worden recente bestemmingen als eerste vermeld
wanneer u het Wi-Fi-menu opent. U kunt eenvoudig opnieuw
verbinding maken door het apparaat te kiezen. U kunt nieuwe
apparaten registreren door naar links of naar rechts te slepen om
het scherm te openen waarmee u apparaten kunt selecteren
● Als u liever geen recente doelapparaten wilt weergeven,
kiest u MENU (
=
28)> tabblad [ ] > [Instellingen Wi-Fi] >
[Doelhistorie] > [Uit].
● Er wordt een bericht weergegeven als de bijnaam die u invoert,
met een symbool of spatie begint. Druk op de knop [OK] en voer
een andere bijnaam in.
● Wanneer de camera verbonden is met een computer is het
camerascherm leeg.
● Mac OS: als CameraWindow niet wordt weergegeven, klikt u op
het pictogram [CameraWindow] in het dock.
● Schakel de camera uit om de verbinding te verbreken.
● Als u [PIN-methode] kiest bij stap 6 wordt een pincode op het
scherm weergegeven. Stel deze code in bij het toegangspunt.
Kies een apparaat in het scherm [Apparaat selecteren].
Raadpleeg voor meer informatie de gebruikershandleiding die is
meegeleverd met uw toegangspunt.
● Zodra u een verbindingsbestemming hebt toegewezen aan
Touch-acties (
=
76), kunt u de camera opnieuw verbinding
laten maken met de bestemming door eenvoudig over het scherm
te vegen met het ingestelde handgebaar.
● Geef de lijst met netwerken
(toegangspunten) weer, zoals wordt
beschreven bij stap 1 – 4 in “WPS-
compatibele toegangspunten gebruiken”
(
=
89).
Komentarze do niniejszej Instrukcji