
58
Vóór gebruik
Basishandleiding
Handleiding voor gevorderden
1
Basishandelingen van
de camera
2
Modus Creatieve
opname
3
Auto-modus/Modus
Hybride automatisch
4
Andere opnamestanden
6
Afspeelmodus
7
Wi-Fi-functies
8
Menu Instellingen
9
Accessoires
10
Bijlage
Index
5
P-modus
U kunt tal van functie-instellingen aanpassen aan uw favoriete
opnamestijl.
● Volg de stappen 1 – 2 bij “Opnamen
maken (Smart Auto)” (
=
33) en
kies [ ].
= =
● Als er geen correcte belichting kan worden verkregen wanneer
u de sluiterring half indrukt, worden de sluitertijd en de
diafragmawaarden in oranje weergegeven. Probeer in dit geval
de ISO-waarde aan te passen (
=
60) of de itser te activeren
(bij donkere onderwerpen,
=
61) om zo de juiste belichting te
verkrijgen.
● Films kunnen ook worden opgenomen in de modus [
] door [ ]
aan te raken. Sommige instellingen voor FUNC. (
=
27) en
MENU (
=
28) kunnen echter automatisch worden aangepast
voor het opnemen van lms.
Meer veeleisende foto’s in de opnamestijl van uw voorkeur
● In dit hoofdstuk wordt verondersteld dat de camera is ingesteld op de
modus [
].
● [
]: Programma AE; AE: Automatische belichting
● Voordat u een in dit hoofdstuk beschreven functie gebruikt in een
andere modus dan [
], dient u te controleren of de functie in die
modus beschikbaar is (
=
129).
Komentarze do niniejszej Instrukcji