
67
Geavanceerde opnamefuncties
4
U kunt ongeacht de positie van het onderwerp in de compositie de juiste
belichting instellen.
1 Druk op de knop en geef weer op het LCD-scherm.
2
Stel het AF-kader of het spotmetingkader scherp op het
onderwerp waarvoor u de flitsbelichting wilt vergrendelen
en druk de ontspanknop half in.
3 Druk de ontspanknop en de knop ISO half in.
z De flitser geeft een proefflits om de vereiste belichtingswaarde voor het
onderwerp te verkrijgen, en op het LCD-scherm wordt weergegeven.
z Telkens als u op de knop drukt, wordt de flitserbelichting vergrendeld
op de benodigde sterkte voor de compositie.
4 Bepaal het beeld opnieuw en maak de opname.
Programmakeuzewiel
Na het vergrendelen van de flitserbelichting wordt de vergrendeling
geannuleerd als u iedere knop behalve de sluiterknop of het
multifunctionele keuzewiel gebruikt.
De flitserbelichting kan niet worden vergrendeld als op het
LCD scherm wordt weergegeven.
Het vergrendelen van de flitsbelichting is niet beschikbaar wanneer
[Flits instel.] is ingesteld op [Handmatig].
De ingestelde flitsbelichting vergrendelen
(flitsbelichtingsvergrendeling)
Komentarze do niniejszej Instrukcji