
74
1
2
3
4
5
7
8
9
10
Voorblad
Opmerkingen vooraf
en wettelijke informatie
Inhoudsopgave:
basishandelingen
Basishandelingen
van de camera
Modus Creatieve
opname
Auto-modus/
Hybride automatisch
Andere
opnamemodi
Wi-Fi-functies
Menu
Instellingen
Accessoires
Bijlage
Index
Basishandleiding
P-modus
Handleiding voor
gevorderden
6
Afspeelmodus
Foto’s Films
Beelden roteren
Wijzig de stand van beelden en sla ze als volgt op.
1 Selecteer[
\
].
Tik op [
H
] en kies [
\
] in het menu
(=
29).
2 Draaihetbeeld.
Tik op [ ] of [ ], afhankelijk van de
gewenste richting. Het beeld wordt
telkens als u tikt 90° geroteerd. Tik op
[^] om de instelling te voltooien.
• Films met een beeldkwaliteit van [ ] of [ ] kunnen niet worden
geroteerd.
• Rotatie is niet mogelijk als [Autom. draaien] is ingesteld op [Uit]
(=
74).
Via het menu
1 Selecteer[Roteren].
Tik op [
H
] en op [
n
]. Kies
vervolgens [Roteren] op het tabblad [
1
]
(=
30).
2 Draaihetbeeld.
Sleep naar links of rechts over het
scherm om een beeld te selecteren.
Tik op [ ] of [ ], afhankelijk van de
gewenste richting. Het beeld wordt
telkens als u tikt 90° geroteerd.
Herhaal stap 2 als u andere beelden
wilt roteren.
Tik op [^] als u wilt terugkeren naar het
menuscherm.
Automatisch draaien uitschakelen
Voer deze stappen uit om automatisch draaien door de camera uit te
schakelen. Bij automatisch draaien worden beelden die in verticale richting
zijn opgenomen automatisch verticaal weergegeven op de camera.
Tik op [
H
], tik op [
n
], kies
[Autom. draaien] op het tabblad [
1
] en
kies [Uit] (=
30).
• Beelden kunnen niet worden geroteerd (=
74) als u [Autom.
draaien] instelt op [Uit]. Daarnaast worden reeds geroteerde
beelden ook in hun oorspronkelijke richting weergegeven.
Komentarze do niniejszej Instrukcji