
80
Het beeld is wazig of onscherp.
De camera
beweegt wanneer
de ontspanknop
wordt ingedrukt.
z Bevestig de procedures in
' verschijnt' (p. 78).
Het AF-hulplicht is
ingesteld op [Uit].
z In donkere omgevingen die
ongunstig zijn voor het automatisch
scherpstellen van de camera, wordt
het AF-hulplicht geactiveerd om het
scherpstellen te vergemakkelijken.
Het AF-hulplicht werkt niet wanneer
het is uitgeschakeld. U moet het
daarom inschakelen [Aan] om het
te activeren (p. 21). Zorg ervoor dat
u het AF-hulplicht niet afdekt met
uw hand wanneer het wordt gebruikt.
Het onderwerp valt
buiten het focusbereik.
z Maak een opname op de juiste
scherpstelafstand van het
onderwerp (p. 104).
Het onderwerp laat zich
moeilijk scherpstellen.
z Gebruik de focusvergrendeling of AF
lock om de opname te maken (p. 40).
Het onderwerp van de opname is te donker.
Er is niet voldoende
licht.
z Stel de flitser in op (Flitser aan)
(Verkorte handleiding p. 14).
Het onderwerp is
onderbelicht omdat de
omgeving te licht is.
z Stel de belichtingscompensatie in
op een positieve waarde (+) (p. 44).
z Gebruik AE lock (belichtings-
vergrendeling) of de
spotmetingsfunctie (pagina’s 42, 44).
Het onderwerp valt
buiten het bereik van
de flitser.
z Zorg er bij het gebruik van
de ingebouwde flitser voor dat
u de opname maakt op de juiste
flitsafstand van het onderwerp (p. 105).
z Verhoog de ISO-waarde voordat u de
opname maakt (p. 52).
Komentarze do niniejszej Instrukcji